Meer democratie, minder politiek verlangt zelfreflectie

‘Meer democratie, minder politiek’ is de titel van een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau uit 2015. In het licht van de komende gemeenteraadsverkiezingen zeker waardevol voor ieder die zich betrokken voelt bij de staat van het lokale politieke bestuur. Het onderzoek laat zien dat een grote meerderheid van 75 procent tevreden is met democratie in ons land. Democratie betekent echter niet voor iedereen hetzelfde. Hoger opgeleiden en jongeren denken bij democratie vooral aan de manier waarop we politiek-bestuurlijke besluiten nemen. Stemrecht, vrije verkiezingen. Anderen associëren democratie met vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om te doen wat je wilt. Het getuigt van wijsheid als bestuurders zich hiervan bewust zijn in hun drang om de stem van het volk te interpreteren als een verlangen naar ‘vernieuwing’ van de democratie.

Over de politieke praktijk zijn mensen veel minder te spreken. Slechts 17 procent is tevreden: ‘Politici luisteren niet naar gewone mensen, gaan hun eigen gang, zijn uit op eigen belang, of praten te veel en doen te weinig’. Recente onderzoeken naar de bestuurscultuur in Amsterdam en Arnhem laten zien dat inwoners een broertje dood hebben aan politiek gedoe en politieke ego’s. Steevast concluderen de onderzoekers dat een andere houding en gedrag van politici nodig zijn om een einde aan de onvrede te maken. Het recent verschenen boek ‘Naar een betere lokale democratie’ van Julien van Ostaijen bevestigt dit beeld.

Ik vind het opvallend dat veel collega-bestuurders hier weinig blijk van geven. Ik noem de beweging Code Oranje en de vaste deelnemers aan het programma Democratic Challenge. Zij richten zich op allerlei nieuwe vormen van directe democratie en meer zeggenschap voor burgers. Naar mijn idee geven ze er daarmee blijk van weinig gevoel te hebben voor de beleving van democratie bij een belangrijk deel van het electoraat. Daarentegen buitelen zij met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht over elkaar heen om te pleiten voor ‘nieuwe’ bestuursakkoorden. Ik verwijs naar de bundel ‘Nieuwe politiek nieuwe akkoorden’ van de Raad voor het Openbaar Bestuur. Zeker nuttig, maar ook een blinde vlek voor de kern: de noodzaak het eigen gedrag en de houding naar kiezers en elkaar te veranderen. Het bevestigt eerder het beeld van veel praten en weinig doen dan dat het leidt tot vernieuwing van de democratie.

Hoe kan het zijn dat bestuurders zich met de beste bedoelingen hard maken voor democratische vernieuwing en zo blind zijn voor hun eigen gedrag en houding? Een vraag die zeker een onderzoek waard is. Ik hou het voorlopig op ‘verdringing’. Of: Niet willen zien wat je onaangenaam vindt. Een bekend fenomeen en zeker niet iets exclusief voor de politici. Gedragspsychologen hebben er handen vol werk aan. De eerste stap op weg naar meer democratie en minder politiek begint wat mij betreft met de persoonlijke bewustwording van politici en bestuurders over hun eigen houding en gedrag. Het vraagt zelfreflectie en dit is niet het sterkste punt van politici. Dus collega-politici en collega-bestuurders als we meer democratie en minder politiek willen laten we dan wat minder bij bestuurskundigen te rade gaan en wat vaker bij ons zelf, al dan niet met de hulp van een psycholoog of relatietherapeut.

Reacties welkom! info@maartenpieters.nl

 

Geschreven door Maarten Pieters
Waardeer dit bericht: 
Gemiddeld: 3.6 (5 stemmen)
Deel dit bericht: